Mijn docent maatschappijleer van de middelbare school deelde ons volgens haar leerstijlentheorie in in groepjes die zij, als ik het me goed herinner, denkers, luisteraars, en visualisten noemde. Een aantal klasgenootjes en ik behoorden tot het groepje ‘denkers’. Gevolg: wij moesten het hoofdstuk over de pluriforme samenleving doorspitten, terwijl anderen hierover een aflevering op tv mochten kijken. Dat wilde ik ook! “Nee, jij leert beter door tekst en structuur” was geloof ik haar repliek.

Als ik een tijdmachine had, had ik tegen juf maatschappijleer gezegd: “Onzin! Leerstijlen bestaan niet!”

Echt waar, ik zal het zo uitleggen. Maar eerst voor de zekerheid een opfrissing: wat zijn leerstijlen ook al weer? Dat is het het idee is dat je een bepaalde voorkeur hebt om informatie tot je te nemen, en dat als je leert met deze stijl je meer effectief zou leren.

Uit een overzichtsstudie blijkt dat er maar liefst 71 verschillende modellen over leerstijlen bestaan. Je kan bijvoorbeeld de categorieën auditief, visueel, of kinetisch aanbrengen, convergente denkers en divergente denkers onderscheiden, mensen die voornamelijk hun linkerhersenhelft gebruiken, tegenover mensen die vooral gebruikmaken van hun rechterhersenhelft, mensen die meer toepassingsgericht werken, versus reproductief, ongericht, en betekenisgericht, en ga zo maar door.

Er zijn veel onderzoeken gedaan naar de effecten van leren met leerstijlen in alle lagen van het onderwijs. Vaak wat slordig, want er lopen regelmatig nogal wat concepten door elkaar: leerstijlen, leerstrategieën, leerprincipes, leermotieven, enz. Maar al met al is het beeld duidelijk: er is nooit enig bewijs gevonden dat de effecten optreden!

Sterker nog… het beste bewijs geeft het tegenovergestelde aan!!

Elke leerling en student heeft verschillende interesses en achtergrondkennis, maar geen bepaalde leerstijl. Uit onderzoek blijkt dat wanneer mensen een favoriete vorm van presentatie van leerstof hebben, dit meestal een voorkeur is voor een soort taak of onderwerp waar ze goed in zijn en zich al succesvol voelen. Als je goed bent in muziek, denk je misschien dat je een auditieve ‘leerder’ bent, of als je artistiek talent hebt, denk je dat je visueel bent. Je kunt denken dat je op een bepaalde manier het beste leert, maar het elke keer op dezelfde manier leren doet het leren juist verminderen en werkt geestdodend. Dus, juf maatschappijleer: je intentie was absoluut goed, maar de uitwerking wat minder.

Maar als leerstijlen niet bestaan, hoe moet het dan wel? Hoe kan je de leerstof aanbieden zó dat er optimaal geleerd wordt? Natuurlijk is elke situatie, elk leerdoel, en elke leerling anders, maar generaliserend kan er toch een aantal bewezen effectieve ingrediënten opgesomd worden. Belangrijk is het prikkelen van meerdere zintuigen. Visuele prikkels zijn het sterkst, maar het is belangrijk om meerdere zintuigen te gebruiken als je wilt dat informatie beklijft. Zo worden verschillende delen van de hersenen benut, en in je geheugen ontstaat dan een rijkere representatie van de leerstof waardoor je deze langer en beter herinnert. In online leeroplossingen kun je gebruikmaken van het aanspreken van verschillende zintuigen. Het maken van multimediale onderwijsproducten is vakwerk; een instructievideo of ander multimediaal educatief middel moet goed in elkaar zitten. Wat bijvoorbeeld niet werkt is als de kijker verschillende informatiebronnen tegelijk moet verwerken: zoals een stukje tekst en een tabel die samen tot het juiste begrip moeten leiden. Dan moeten leerlingen hun aandacht verdelen over die twee bronnen en dat zorgt voor een soort cognitieve overbelasting. Wat bijvoorbeeld wel goed werkt is een video van een persoon die iets uitlegt in combinatie met handgebaren: mensen leren meer van de combinatie van spraak en handgebaren dan van spraak alleen.
Daarnaast laat onderzoek naar het effect van fysiek actieve reken- en taallessen zien dat basisschoolleerlingen direct na deze lessen hun reken- en spellingsvaardigheden verbeteren. Door beweging vinden acute en structurele veranderingen plaats in de hersenstructuur die een positief effect hebben op de executieve cognitieve functies (zoals planning, besluitvorming en bijsturing van gedrag) en op de concentratie.
Ook de factoren herhaling, emoties, en interesse spelen een belangrijke rol bij leren. Bewezen effectief bij de laatste twee is het regelmatig aanbieden van iets nieuws en het aanbrengen van variatie.

Ik hoop dat mijn docent maatschappijleer nog steeds probeert aan te sluiten bij de individuele behoeften van leerlingen, maar dat ze daarvoor niet naar leerstijlen kijkt, maar meer naar basisbehoeften en interesses.

Comments are closed.